De rechtbank in Roermond heeft op 21 juni 2017 een interessante uitspraak gedaan over de juridische gevolgen die een derde-beslagene kunnen treffen als hij niet of niet tijdig zijn verklaringsplicht nakomt.

Een derdenbeslag is een beslag onder een derde op een goed van de schuldenaar (van de beslaglegger). In de meeste gevallen is de derde een bank en is het goed waarop beslag wordt gelegd een bankrekening. Een derdenbeslag kan worden gelegd op grond van een executoriale titel. Meestal is dat een vonnis of arrest, maar het kan ook een beschikking of proces-verbaal van bijvoorbeeld een rechtbank zijn, of een notariële akte. In die gevallen wordt gesproken van een executoriaal derdenbeslag.

Daarnaast bestaat het zogenaamde conservatoire derdenbeslag. Dat is een beslag dat al kan worden gelegd nog voordat een vonnis is verkregen. Daar kunnen heel goede redenen voor zijn. De meest voorkomende reden is om verhaalsmogelijkheden bij de schuldenaar te bevriezen, zodat deze tijdens de procedure bij de rechter niet ‘kwijt’ gemaakt kunnen worden en na de procedure eventueel uitgewonnen kunnen worden.

De wet bepaalt, dat als onder iemand, bijvoorbeeld een bank, een derdenbeslag wordt gelegd, deze na vier weken een verklaring aan de deurwaarder moet verstrekken waarin staat of het beslag raak is of niet. Is het raak, dan moet in de verklaring ook worden vermeld welke goederen zijn geraakt. In de praktijk van een bankbeslag komt het er dus op neer dat de bank aan de deurwaarder na vier weken schriftelijk moet verklaren of de beslagene (de schuldenaar) een of meer bankrekeningen bij de bank heeft en, als dat het geval is, wat daar op het moment van de beslaglegging op stond.

De praktijk laat zien dat banken doorgaans netjes en op tijd derdenverklaringen verstrekken. In Nederland worden dagelijks veel bankbeslagen gelegd. Banken hebben speciale afdelingen die ten laste van rekeninghouders gelegde beslagen behandelen en afwikkelen. Met andere derde-beslagenen ligt veelal anders.

Voor het geval iemand weigert om een verklaring over een onder hem gelegd executoriaal beslag af te leggen, kan de beslaglegger hem daartoe middels een verklaringsprocedure bij de rechtbank dwingen. Die mogelijkheid bestaat echter niet als het beslag conservatoir is. Dat was het geval in de zaak waarin de rechtbank in Roermond op 21 juni 2017 uitspraak deed. De beslaglegger had gevorderd dat de derde-beslagene zou worden verplicht om alsnog de verklaring af te leggen op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat hij weigerachtig blijft. De derde-beslagene verweerde zich met het argument dat uit de wet volgt dat het afleggen van een verklaring in het geval van een conservatoir beslag niet afdwingbaar is.

De rechtbank oordeelde anders. Weliswaar kan de verklaringsprocedure in dit geval niet worden ingezet, dat laat onverlet dat het niet voldoen aan de verklaringsverplichting een onrechtmatige daad van de derde-beslagene kan opleveren. In het onderhavige geval was daarvan naar het oordeel van de rechtbank sprake. Het gebod tot het verstrekken van een verklaring werd uitgesproken met bepaling van de gevorderde dwangsom.

Via deze omweg kan in gevallen van conservatoire derdenbeslagen dus hetzelfde resultaat worden bereikt als via de verklaringsprocedure.